Mission Impossible

Artificial intelligence heb ik eigenlijk nooit erg boeiend gevonden. Het leek me dus ook een hele uitdaging om er een spektakelfilm over te maken, zoals de nieuwste Mission impossible met Tom Cruise. En daarom dus ook weer speciaal iets voor mij. Gelukkig is er al een persoon die op mijn blogje erover zit te wachten, mijn dochter Noraly (alweer bijna 25) met wie ik graag voor een actiefilm naar de bioscoop ga.

Kortom, een film over AI is de werkelijke mission impossible. De recensie in de Volkskrant legde goed uit dat de bedenkers het hadden opgelost door Tom extra veel te laten rennen en extra gevaarlijke stunts te laten uithalen. Dank je wel, Bor Beekman! Nu heb ik de sleutel die ik hier nog even kan inzetten om de code van deze film te kraken.

Sleutel in dubbele zin, want een personage zei in de film: 'De sleutel tot de wereldmacht is in dit geval ook een sleutel.' Er was een Entiteit in werking en werkelijk alle partijen hadden er belang bij om die te bemachtigen, om hem voor hun karretje te spannen, om hem uit te schakelen, beide ook weer eventueel in het algemeen belang.

De sleutel bleek een symbool, de manier bij oude beschavingen om de zender en ontvanger van boodschappen toegang te geven tot de boodschap, zeg maar als wachtwoord. Zender en ontvanger hadden beide slechts de helft van een gebroken object. Als ze op elkaar passen betekent het dat beide partijen elkaar hebben gevonden. Symbool komt van het Griekse sun-ballein, samenvallen. Alleen, als het symbool een sleutel is, of in deze film twee delen van een sleutel, dan moet je ook nog te weten komen waar die sleutel op past. De toegang tot de informatie is dus driedelig.

In de film Angels and Demons wordt deze materie deels anders behandeld. Tom Hanks (professor Langdon) beschikt over veel kennis van symbolen, en de vraag wordt dan hoe je die kennis kunt inschakelen om hem toe te passen op de raadsels, en dus ook hoe je het probleem in de film zo kunt neerzetten dat Langdon zelf de ene helft van het symbool wordt en de misdaad de andere, dus hoe ze naadloos op elkaar passen.

Zo maakten we mee dat een leerling ons vertelde dat ze graag criminologie wilde studeren. Op excursie in Rome zagen we dat precies deze leerling voor onze neus werd beroofd van haar tas. Ze is ook werkelijk criminologie gaan studeren geloof ik, in combinatie met rechten. Daarmee wil ik twee dingen zeggen. Ten eerste dat de logica van de film zich kan uitbreiden naar de werkelijk ervaren werkelijkheid buiten de film, of als symbool daarop kan passen (vroeger zagen ze de waarheid als uitspraken die 'adequaat' waren aan de dingen). Ten tweede dat, als symbolendeskundige Tom Hanks in Rome belandt, er wellicht iets aan Rome is wat goed bij hem past, en dat de andere Tom de tweede helft van de sleutel is.

Daarmee wil ik ook zeggen dat een zekere krankzinnige logica ook een manier kan zijn om AI aantrekkelijk te maken. Nee, het is geen ingewikkelde berekening, het is een algoritme. Nee, het is geen algoritme maar een hermetische code in onze fantasie. Die ook echt bestaat, dat wil zeggen die zich van de film zomaar kan uitbreiden over onze werkelijkheid.

Rome duikt dan vroeg of laat op, omdat het onze echte werkelijkheid is. Je hebt er de Sint Pieter, genoemd naar de sleuteldrager van de hemel, dus geen toeval dat Tom Hanks er terechtkomt. En je hebt er het Colosseum, waar ooit het beeld van de blote Nero naast stond van veertig meter hoog, de colossus. De colossus staat er allang niet meer, maar wel een grasperk met een boom op een verhoging die de plaats en omtrekken aangeeft van dat beeld. Alle oude ruïnes met hoog werkelijkheidskarakter draaien samen met de helden, schurken en agenten met hun crashende auto's en schietpartijen om een Persoon die onzichtbaar is, een ding dat onzichtbaar is. Dat is AI in deze film, de Entiteit, die kan mensen en dingen onzichtbaar maken, zelfs voor onze intelligente apparaten.

We zijn dan weer aangewezen op onze herinneringen. Tom Cruise moet even graven in zijn geheugen en herinnert zich een schurk van vroeger die hij achteraf gezien beter had kunnen doden, Gabriel geheten, toevallig ook de naam van de engel-boodschapper der goden.

De scène verplaatst naar Venetië, party time. De personages komen bijeen voor een vertrouwd aandoende in scène gezette afrekening door de schurk. Boven de disco, te zien door het open dak, schieten lichten het heelal in, om de Entiteit te symboliseren. Alles is bepaald en doorzien. Nergens lijkt het zinlozer om maskers te dragen maar eenmaal ontsnapt van deze plek duiken de maskers weer op.

Een bepaalde combinatie van maskers en komedie droeg ook de vorige films van Mission Impossible. Handig, want dat dwingt de makers om de karakters dun te houden. Voor de anderen moet deze persoon met masker wel herkenbaar blijven, dus mag er niet teveel karakter doorheen komen. Filosoof Agamben, niet toevallig ook woonachtig in Venetië, bestudeerde Pulcinella, karakter van de commedia dell' arte, precies voor die samenhang met dat karakter. Pulcinella, zegt Agamben, imiteert zijn karakter, zoals in essentie elk personage in de oude komedies. Daarmee maakt hij duidelijk dat hij geen karakter heeft, dat hij het niet is. Dat moeten we weer niet zien als uitvlakking van de mens en opslokking in de AI. Het stelt ons open voor het leven zoals het geleefd wordt. In dat leven gaat niet alles volgens jouw karakter. Ook met doorzettingsvermogen moet je soms je meerdere erkennen in de schurk en word je gered door het toeval.

Plaatsen dus met werkelijkheidskarakter, plaatsen die ons met onze fantasieën erover moeten redden van de dreiging van AI.

De film is onuitputtelijk voor iemand die van symbolen houdt. Dit is maar een blogje. Ik ben tot mijn verrassing uitgekomen bij het werkelijkheidskarakter van de plaats, van de stad, Rome en Venetië. Ik had ook een van de talloze andere middelen kunnen kiezen. Tom Cruise die liefst alle stunts zelf doet, niet alleen omwille van het werkelijkheidsgehalte maar ook voor ons, speciaal voor ons.

Speciaal voor mij was dat we ons in Utrecht bevonden, de stad waar ik twintig jaar heb gewoond en waar Noraly geboren is. Ik was er een paar uur eerder om naar het museum te gaan, met landschappen van de Nederlandse schilders die naar Rome waren gegaan. En ik ging naar broodje Mario, het laatste ding waarom ik nog steeds heimwee had naar Utrecht (ik woon alweer bijna twintig jaar in Arnhem). Toen ik wilde pinnen zei de Italiaan dat ze alleen contant geld aannamen. Het symbool van de misdaad. Bescherming tegen AI? Niet echt, want ik had geen euro's op zak en moest dus naar de pinautomaat. Misdaad, Rome en AI hadden elkaar gevonden, hier in Utrecht via mij.

Colossus of Nero - Colosseum

Vooruitgeduwd door de dansers en strijkers van Qi

Bij een cadeau vindt altijd iets van verwisseling plaats, en misschien moeten we zelfs zeggen: verraad. Je doet geen recht aan het gegevene en gaat ermee aan de haal. Eerst probeerde ik me nog in te houden. Anton, zei ik tegen mezelf, niet zo dwangmatig! Je hoeft echt niet over elk cadeau te schrijven dat je krijgt! Denk aan de gever, die zit daar echt niet altijd op te wachten!

Maar toen ging ik dus naar de dansvoorstelling Qi, van choreograaf Ruben Chi, mij geschonken door Inez voor mijn verjaardag. Ik verwachtte iets met electronica en hiphop, maar had de beschrijving oppervlakkig gelezen. Er zaten twee dansers in lotuszit op minizuilen en links op het podium stond een gong. Een derde danser sloeg op de gong. Er was veel stilte en zen, en ik dacht net als tien jaar geleden, toen ik nog aan zen deed: nog een uur te gaan! Nee, niet aan denken, laat je gedachten passeren!

Langzaam kwamen de inmiddels vier dansers in beweging. Hun arm zwaaiend zodat ze een locomotief vormden. Interessant woord, locomotief, denk ik nu, iets met plaats en beweging. De dansers vormen een machine. Er klonken zachte strijkers bij.

Ze bewogen maar nooit had je de indruk dat ze de plaats verlieten. Het was dus een echte locomotief, beweging vanaf de plaats, op de plaats. Qi zal wel zoiets als levenskracht betekenen, maar je kunt hoogstwaarschijnlijk ook denken aan wie (Qui?), dus aan Ruben Chi, want als je dat op zijn Italiaans uitspreekt is het inderdaad Qi. De levenskracht of energie van Chi. Inez had op onze kalender ook niet Qi geschreven maar Chi.

Van rechts kwamen de strijkers na enige tijd uit de coulissen. Het was een strijkkwartet, een selectie van Phion, zoals het orkest van Gelderland en Overijssel tegenwoordig heet. Onbekende muziek, wellicht speciaal geschreven voor deze gelegenheid. Totdat ik ineens een romantische melodie van Massenet herkende, die ik als kind ooit op mijn electronisch orgel had gespeeld. Was het nu meer of juist minder zen? Meer, want diverse genres klonken achter elkaar en verdwenen ook weer.

De zuiltjes waren decorelementen maar ineens ook dingen waarmee werd geschoven. De trein kon zomaar uiteenbreken in vier kleine treintjes, met de strijkers op hun element en vooruitgeschoven door de dansers. Het werd een bootje waarop een danser begeleid door een strijker door een andere danser werd geduwd en afgezet bij de overkant.

Het ging allemaal naar een climax, qua volume en snelheid. Er was ook enig drama, een danser die werd opgesloten achter een hek. Er was representatie, zo leek het, de dansers waren een vrouw, een Aziaat, een zwarte man en een kale witte man met snor en baardje. Er was balans, de strijkers waren drie vrouwen en een man. Er was concerto, strijd, vier tegen vier, en er was harmonie, vier met vier.

Ik dacht vanwege het strijkkwartet en de genres aan Kronos, of misschien moet je Qronos zeggen, de god van de gouden tijd die zijn kinderen opat maar zich verslikte in Zeus, die zijn moeder had verwisseld voor een steen. Kronos het strijkkwartet was niet ver weg, het kwartet met de verschillende soorten muziek.

Ook bij de finale dacht ik aan het Oosten, het was natuurlijk Glass, Philip Glass, met zijn ritmische contrapunt en zijn gebroken akkoorden.

Het meest dacht ik nog aan verwisselingen, misschien moet ik zelfs zeggen verraad. De spelers werden op hun elementen geschoven zodat wie eerst links zat ineens rechts zat. Ik denk nu bijna aan Inez, met wie ik zojuist nog een gesprekje had over wat nu westelijk en oostelijk is, of het absoluut is of relatief. Dat ik dit opschrijf voelt als verraad, zoals eigenlijk wel deze hele serie blogs met de titel Speciaal voor mij. De voorstelling was uitgekozen door Inez, het was speciaal voor mij, en misschien had zij er niet bij nagedacht dat er een blog over zou komen.

Maar Inez kent me, misschien beter dan ik mezelf inmiddels, ik dacht nog: Anton, zen, houd je in, schrijf niet per se die blog. Maar die Qi hè, het is toch een soort locomotief.

Qi - Ruben Chi

Beroep op mij

Als iemand tegen mij zegt 'wij doen een beroep op jou' ruik ik weer een speciaal voor mij. Iemand neemt de moeite om mij aan te spreken en iets van mij te vragen.

Als iemand een beroep op mij doet voel ik me gevlijd. Wat fijn dat er nog iets van mij verwacht wordt, terwijl ik iedereen zo heb laten zitten! Steeds worden me nieuwe kansen geboden.

Op onze school is een conflict gaande, en dan is het wel heel mooi dat mij speciaal het vermogen wordt toegedicht vrede te brengen. Ik heb het er akelig bij laten zitten, maar van bovenaf krijg ik vergeving en meteen ook de hoogste plaats. Mijn blog is nu mijn zetel.

De vakbond verwoordde het weer op zijn eigen manier. Die waarschuwde ons om wel gewoon de bevelen uit te voeren die de leiders over ons uitroepen. Doe je aan werkweigering, dan maak je het hun wel heel erg makkelijk. Niet doen dus!

Het is een oude tactiek als je al je ondergeschikten persoonlijk aanspreekt, verdeel en heers. Wij doen een beroep op jou houdt in dat ze jou aardig vinden en daarom hopen dat je met hen mee ten strijde trekt tegen hun vijanden. Klopt, maar dan zeg ik weer dat de kampioen van de verdeel en heers (Caesar) zelf ook weer door messteken om het leven is gebracht.

Wat ik zo mooi vind aan die oproep is het riskante ervan. Ze zeggen 'wij', en daarmee riskeren ze dat iemand van hen opzij stapt. Geschrokken. Ben ik dat? Wie is die wij die mijn naam onder die oproep heeft gezet?

Speciaal voor mij is nu ook speciaal voor die ene persoon. Hij kwam vandaag bij ons binnen.

 The Roman use of “sacramentum” will bring you deeper into the sacraments

Gewoon mijn weg volgen

Ik ben een dwaler, zeg ik graag tegen mezelf. Nee, ik ben thuisloos! Dat zeg ik tegen mezelf als ik aan het wandelen ben. Hoe voelt het voor een vluchteling als hij al die eindeloze kilometers aflegt langs een weg, een spoor, langs een hek? Dat weten we niet. Misschien benaderen we dat nog het meest wanneer we een lange wandeling maken.

Je wordt moe. Je krijgt pijntjes, en vantevoren weet je niet waar. Je zit niet in je auto of op de fiets, en de anderen wel. Je hebt dus ook het verkeerde tempo, het schiet niet op. Zo kun je gaan denken dat je wordt buitengesloten en dat die vluchteling je natuurlijke bondgenoot is, bijna.

Er zijn rond deze idee hele wandelevenementen georganiseerd, geloof ik, waarbij je in grote groepen 's nachts wandelt. Daarbij zorg je wel voor voldoende media's, want het is toch een demonstratie. Je weet ook wel dat jouw wandeling niet te vergelijken is met de eindeloze tochten van vluchtelingen. Maar je komt wel mooi uit je comfortzone, je hangt hoe dan ook ergens tussenin.

Iets in godsdienst komt overeen met wat ik bedoel. Ik denk met name aan het joodse Loofhuttenfeest. Je maakt een hutje op het dak van je huis om op jouw manier te denken aan jezelf, je volk, toen je vluchteling was. Zo kun je ook ethisch meer rekening gaan houden met de vluchteling, want je was ooit zelf die vluchteling. Zo kun je al wandelend bij de gedachte uitkomen dat wandelen een vorm van gedenken is.

En na deze verheven gedachte ook maar meteen even wat me stoort aan dat gewandel. Ik erger me steeds meer aan dat rollenspel dat ik de hele tijd uitvoer, alsof ik daar een beetje loop te acteren. Nu eens ben ik de landheer die zijn landgoed inspecteert, dan weer de boer die kijkt hoe de bieten erbij staan, of de filosoof die terugkruipt in zijn lichaam omdat filosofen boeken over Nietzsche en wandelen schrijven waarin me dat wordt geadviseerd, dan weer de gesprekspartner - boek van Twan Huys - of de sportprestatiegrenzenverlegger. En ga zo maar door. Dat word ik dus een beetje zat.

Wandelen is dus ook wel oorlog in mijn hoofd. Wanneer dan? Nu, op dit moment, nu ik van een afstand kijk naar mijn gewandel van vandaag. Raar genoeg had ik er al wandelend weinig last van. Ik wilde iets ervaren, iets wat ik misschien nog nooit eerder op deze manier had ervaren. Ineens had ik een gek idee, wandelen van de ene stad naar de andere, de volgende. De weg liep naast een snelweg. Dat had wel iets. Links de A50, rechts de harige koeien achter de hekken van de Veluwezoom, en daartussen de mensch die allebei is. Of dus iets ertussenin.



Ronald Giphart en ik met banaan

Hé Els, zei ik tegen mijn collega Nederlands, die man daar, ken je die? Ik doelde op Ronald Giphart die ineens bij ons in de personeelskamer stond. Ja, dat is hem. Zeg Anton, is het raar als we hem vragen om met hem op de foto te gaan?

Mij moet je zoiets (niet) zeggen. Ik bedoel: uit mezelf zou ik zoiets nooit durven, maar met een zetje in de rug durf ik wel. Dus wij op hem af, en zo bestaan er twee foto's, een met Els en een met mij.

Het was toevallig de dag na het overlijden van Jeroen Brouwers. Nu ik toch naast Giphart stond durfde ik hem evengoed te vragen of hij wist over welke roman het ging die ik van Giphart had gelezen, lang geleden, dat hij Brouwers zo bewonderde enzo. 'Dat moet Giph zijn geweest', zei Giphart. Verder hadden we het kort over (geloof ik) dat hij het jammer vond dat hij geen gymnasium had gedaan, of maar een jaartje.

We zijn weer een jaartje of wat verder, en Giphart is opnieuw door mijn collega's geschiedenis betrokken bij een project met leerlingen over spreken met lokale Molukkers. Dat is op zich al leuk en leerzaam, dan zitten die lui ineens ook in je personeelskamer, en dan willen ze weten van welke partij Laurens is (D66) en ik (GroenLinks). Het zijn ook maar gewoon mensen wil ik maar zeggen, en nebenbei praat ik met collega's over de treinkapingen (twee Molukkers waren afkomstig uit Tiel) en over Molukkers die ik me herinner uit Heerlen vroeger.

Vandaag was hij er weer. Nu met een colbertje aan. Hij kwam net de personeelskamer binnen toen ik eruit wilde lopen, ik met mijn banaan. Ik stapte terug, hij stapte naar binnen. Hij groette me. Waarom ik dit zeg, is omdat bij onze vorige 'ontmoeting' ik degene was die hem groette. Nu nam hij het initiatief. Zou hij me herkend hebben? Of hij vond het gewoon grappig dat ik met die banaan achteruit stapte.



Disaster - In memoriam Raoul Teulings

Ik heb me aardig in de nesten gewerkt met die formule speciaal voor mij. Kan ik wel schrijven over cadeaus die ik krijg zonder de gever in verlegenheid te brengen? Het verjaardagscadeau is de oerscène van mijn formule. Je hebt er lang over gepeinsd, bent naar de boekhandel gegaan of iets anders. Lukt het je al om mij iets te geven wat ik graag zou hebben en niet zelf al heb gekocht, dan komt daar nog bij dat je ook graag iets geeft wat je zelf leuk vindt. En wat voor jou ook speciaal is. Speciaal voor jou dus.

Er komen allemaal trauma's boven. Wilde ik een keer een paar kratten boeken naar de papiercontainer brengen, zag mijn lief me sjouwen en zag ze tussen de boeken een cadeau dat ze me een paar jaar eerder had gegeven. Je kunt zo'n cadeau dus ABSOLUUT niet reduceren tot eigendomsoverdracht.

Vanmiddag was ik met diezelfde lief (ze is echt heel lief hoor) in een museum waar de directeur ons met een groep gidste langs de kunstwerken. Hij legde uit dat een kunstenaar dan wel een werk aan hem kan verkopen, daarna blijft dat werk toch ook van die kunstenaar. Niet dat de musea de kunstenaars onderhouden. Het is wel een transactie. Maar dus weer niet zo dat jij de eigenaar bent. Je mag blij zijn dat je bij de transactie de MATERIE krijgt, maar de kunst is van de kunstenaar en van de mensheid, ten diepste.

Het werd nog dramatischer. We liepen langs een raam met houten lijst dat op de grond stond, en waar iemand iets doorheen had gegooid. Het was een kunstwerk van Raoul Teulings. Die had me in 1998 uitgenodigd om bij zijn kunstfestival in Amsterdam een lezing te houden over kunst en filosofie. Het waren heftige dagen, want Inez verloor in die weken haar moeder en we kregen onze Noraly (Inez schreef over dit jaar, waarin ook nog haar beste vriendin zelfmoord pleegde, een mooi boek, Vertraagde wake). 

Vooral het geweld blijft me bij. Zoveel heftigs, ik probeerde dat in mijn lezing te combineren met de kwetsbaarheid van ELK kunstwerk, structureel. We bezochten toen, in 1998 dus, een paar weken later samen dat kunstfestival van Raoul. Hij kwam naar me toe, zichtbaar geschokt. Er stond op het terrein een kunstwerk opgesteld, en er had een jongen in trainingsbroek tegenaan getrapt. Kwetsbaar dus, die kunstwerken! Ja, maar dat had ik al gezegd, in mijn lezing, en Raoul daarvoor, in zijn toelichting aan mij.

Hoe was het nu met Raoul? Tien jaar geleden, zei de directeur vanmiddag, heeft hij zelfmoord gepleegd. Ergens onderweg naar Arnhem, in een motel.

Ik kijk naar dat gat in het raam, een kunstwerk uit 1997, een jaar voor het festival waar ik bij was. Het gat heeft de vorm van een ster. Raoul had het gemaakt in samenwerking met een ambachtsman. Die moest een gat in het raam gooien. Maar dat had hij heel netjes gedaan, in de vorm van een hele mooie ster. Raoul had het afgewerkt met scherpe randjes, dat wel. Een ster met scherpe randjes, als dat nog geen voorteken was. Dis-aster, zijn cadeau.

(W)hole in one, weergave in de handleiding


Moet ik Alcibiades lezen?

Er komen steeds meer redenen om Alcibiades te lezen. Vorige week was de schrijver nog bij Buitenhof, waar hij werd ingezet als waarschuwer tegen het populisme. Dat is nu gekoppeld aan de verdieping in de democratie in een van zijn sterkste vormen, van Athene in de oudheid. De naam Thucydides viel een paar keer, de geschiedschrijver met hekel aan effectbejag.

Een goede vriend opende het gesprek over Alcibiades, of ik het ging lezen. Ik dacht: waarom lees je het niet zelf dan? Hij vertrouwde erop dat ik het als classicus toch wel ging lezen. Speciaal voor mij krijgt nu (opnieuw) de kleur van plaatsvervanging. Ik lees het opdat jullie het niet hoeven te lezen.

Ik zou nu kunnen beginnen met redeneren. Zou het een met het ander te maken kunnen hebben? Heeft populisme iets te maken met de opdracht aan de elite om bepaalde dingen te doen, zodat zij het zelf niet hoeven te doen? En vervolgens die elite ervan langs te geven zodat ze zelf aan de gevolgen daarvan kunnen ontsnappen?

Redeneren helpt hier even niet. Geen idee waar ik Alcibiades moet plaatsen in deze politieke strijd. Toen hij de geslachtsdelen van de Hermesbeeldjes afhakte, waarschijnlijk in een dronken bui, wilde hij zich ervoor verantwoorden bij de rechtbank. Maar zijn tegenstanders wachtten liever tot hij op expeditie was naar Sicilië, om hem terug te kunnen roepen. Dat om het effect. Toen ontsnapte Alcibiades naar de Spartanen, de vijanden van Athene in de burgeroorlog.

Geen idee van iets hebben was volgens Socrates ook wel een kenmerk van zijn filosofische tegenstanders, de sofisten. Alcibiades wordt wel gezien als de machtigste vertegenwoordiger van de sofisten, de leraren in welsprekendheid. Ze wisten de taal te plooien om macht te krijgen, hebben, houden. Minder belangrijk was of het klopte wat ze zeiden. (Ik ben kennelijk nog steeds aan het redeneren:) Misschien heeft macht altijd wel met onbetrouwbaarheid te maken.

Zorgen dat je gezien en gehoord wordt. Zorgen ook zeker dat je gelezen wordt. Zorgen dat je op de buis verschijnt.

Ik weet het niet, ik weet het niet. Aan de ene kant zie ik wel dat het een boek is speciaal voor mij. Aan de andere kant heb ik zo mijn eigen zorgen. Ik begrijp de Alcibiades van Plato niet eens, die aan het eind van Symposion ladderzat vertelt over zijn liefde voor de onbegrijpelijke Socrates. Maar even wachten tot de hype over is en er negen exemplaren van die nieuwe Alcibiades op de bieb staan te wachten. Op mij speciaal.

The Rude Statues That Caused Athens' Democratic Downfall | Cracked.com


Een glimp uit de zak - Jacqueline Klooster over Medusa

Je moet dit lezen, zei collega Ike toen ze me dit boek uitleende, morgen al. Het minste wat ik kon doen was uitstel, want ik heb moeite met ...